Klik-laminaat leggen, stap voor stap
Stappenplan om klik-laminaat te leggen: gereedschap, acclimatiseren, ondergrond controleren, uitzettingsvoeg, de eerste rij en de afwerking.
Een klik-laminaatvloer is een van de best haalbare doe-het-zelfklussen bij een renovatie. De meeste problemen ontstaan door een overgeslagen voorbereiding, niet door het klikken zelf. Lees altijd eerst de handleiding van de fabrikant; de stappen hieronder zijn de algemene werkwijze.
Gereedschap dat je nodig hebt
- Rolmeter, potlood en een lange rei of slaglijn
- Decoupeerzaag of laminaatsnijder, plus een fijne handzaag voor deurlijsten
- Spieën (8–10 mm), een slagblok en een trekijzer
- Rubberen hamer, cutter en een waterpas
- Stofmasker en veiligheidsbril om te zagen
1. Laat de planken acclimatiseren
Leg de gesloten pakken minstens 48 uur plat in de ruimte, op normale kamertemperatuur (ongeveer 18–22 °C). Zo passen de planken zich aan de omstandigheden aan waarin ze zullen liggen.
2. Controleer de ondergrond
De ondergrond moet droog, proper, stevig en vlak zijn. Een gangbare tolerantie is maximaal 2–3 mm hoogteverschil over 1 meter. Vul putten op met egalisatiemiddel en slijp uitstekende delen weg. Verwijder vast tapijt; oude tegels of vinyl kun je meestal laten liggen als ze goed vastzitten en vlak zijn.
3. Leg de ondervloer
Op beton of chape begin je met een dampscherm. Rol daarna de ondervloer uit, haaks op de legrichting van de planken.
4. Plan de legrichting en de laatste rij
Laminaat oogt meestal het mooist in de richting van de belangrijkste lichtinval. Meet de breedte van de ruimte en bereken de breedte van de laatste rij. Zou die smaller zijn dan ongeveer 5 cm, zaag dan de eerste rij smaller, zodat beide ongeveer even breed zijn.
5. Leg de eerste rij
- Zaag de tand weg aan de kant tegen de muur
- Plaats spieën langs de muur voor een uitzettingsvoeg van 8–10 mm
- Klik de kopse kanten in elkaar en houd de rij perfect recht
De uitzettingsvoeg is essentieel. Laminaat werkt met temperatuur en luchtvochtigheid, en een vloer die tegen de muur of een buis zit, komt omhoog.
6. Verspring de naden
Begin elke nieuwe rij met het reststuk van de vorige, zolang het minstens 30 cm lang is. De kopse naden van opeenvolgende rijen liggen minstens 30–40 cm uit elkaar. Dat geeft een natuurlijke look en een sterkere vloer.
7. Deurlijsten en buizen
Zaag deurlijsten onderaan in met een handzaag die op een losse plank rust, zodat het laminaat eronder schuift. Boor voor buizen een gat dat 15–20 mm groter is dan de buis, zaag het stuk tot aan de rand uit en lijm het achter de buis terug. Werk de opening af met een buisrozet.
8. Uitzettingsvoegen in grote ruimtes
Grote oppervlaktes en elke deuropening vragen een uitzettingsvoeg die je afwerkt met een profiel. De meeste fabrikanten vragen er een zodra een ruimte in een van beide richtingen langer is dan ongeveer 10–12 meter; controleer het exacte cijfer voor jouw vloer.
9. Afwerking
Verwijder de spieën en plaats de plinten. Bevestig de plinten aan de muur, nooit aan de vloer, zodat het laminaat kan blijven werken. Plaats de overgangsprofielen aan de deuropeningen.
Bestel vloer, ondervloer, plinten en profielen samen, zodat de kleuren overeenkomen. Je vindt alles in het gamma van EasyFloors, ook het gereedschap.
Laminaat planken
Waterbestendig laminaat in AC4, in eiken-, grijze en natuurlijke decors, uit voorraad.